Geschiedenis van het katholiek onderwijs in Betekom

Voor 1857

In 1830 gaf de oude koster Thielemans aan jongens en meisjes gezamenlijk les in de sacristie van de kerk van Betekom.

Een boerenhesp, pensen, spek en kramiek, uit dank gegeven door een welstellende boer, was aanvankelijk de enige vergoeding voor zijn werk.

Op 2 februari 1840 werd door de gemeenteraad besloten een school te bouwen: het vroegere gemeentehuis. Er waren toen 161 betalende leerlingen ingeschreven. Meester Thielemans kreeg toen een jaarloon van 140,90 Belgische frank (nu ongeveer € 3,50).

Stichting in 1857

Een buurman van de zusters van Maria in Leuven, advocaat Marneff, had een zomerverblijf in Betekom: "De Kluis". Hij was betrokken bij het wel en het wee van Betekom en hij spoorde pastoor Wouters en onderpastoor Van Calsteren aan om de zusters van Maria in Leuven te vragen om een nieuwe school op te richten voor de jeugd van Betekom.

Het gemeentebestuur en de twee meesters van het reeds bestaande gemeenteschooltje zagen dit echter niet zo goed zitten. Maar onderpastoor Van Calsteren spaarde geen moeite om zijn doel te bereiken en er werd een overeenkomst gemaakt met de zusters.

Deze kregen toelating van Kardinaal Sterckx om deze nieuwe stichting te aanvaarden.

Op de feestdag van de H. Jozef, 19 maart 1857, vertrokken zuster Ignatia Smeets en zuster Celestina Robijns onder begeleiding van Eerw. Vader Van den Broeck en Moeder Aloysia Kostermans, de algemene overste van de zusters van Maria, met de postkoets naar Betekom. Na een onderbreking in de afspanning "In den vorschen zang" in Gelrode, kwamen zij in de loop van de voormiddag in Betekom aan.

Op de pastorij kregen zij een warm onthaal en na een laatste goede raad van hun begeleiders, betrokken de twee zusters hun voorlopig huis, "Trappekes op", in het dorp (tegenover de pomp, naast de huidige bakkerij). zuster Ignatia en zuster Celestina begonnen met de inrichting van hun huis: zij maakten een eenvoudige kapel en de twee grootste kamers werden als klaslokalen ingericht. Enkele dagen later kwam zuster Josefina Ulens als derde zuster in Betekom aan.

Zij openden een dagschool voor jonge meisjes, een bewaarschool en een naaischool die druk bezocht werd door meisjes van Betekom, Baal, Begijnendijk en Tremelo.

Op het einde van 1857 kregen zij van zuster De Meyer een Ursuline in Tildonk, door tussenkomst van onderpastoor Van Calsteren, een stuk land in de dorpskom, palende aan de steenweg. zuster Aloysia van Leuven deed hierop een geschikter huis en klassen bouwen door de aannemer Charles Van Ouytsel.

 

In 1859 werd zuster Ignatia vervangen door zuster Augustina De Deken. De school werd door de staat en door de gemeente aangenomen en de zusters kregen een jaarlijkse wedde van Belgische 760 frank (nu ongeveer € 19).

Het pensionnat St. Joseph

In 1860 werd een internaat geopend met vijf leerlingen: drie gezusters Fontein , Josephine... en Elisa (genaamd: zotte Lisa).

zuster Scholastica Mahy kwam als vierde zuster ter hulp maar na drie jaar moest het internaat sluiten.

In 1867 werden opnieuw twee inwonende leerlingen aangenomen: Louisa Reynen (later zuster Henriette) en Maria Raeymaekers (later zuster Helena).

Tijdens het schooljaar 1868-1869 werd er onderwijs gegeven aan 55 leerlingen en 67 kleuters. De groei van de vrije school had vrijwel geen invloed op het leerlingenaantal in de gemeenteschool zoals aanvankelijk gevreesd werd. Het was dus duidelijk dat de vrije school zorgde dat er meer kinderen onderwijs kregen.

In 1874, tijdens het bestuur van Eerwaarde Heer Peyrot, besloot men voorgoed een internaat te openen, Celestine Léonard (later zuster Rosa) was één van de leerlingen uit deze beginperiode.
In 1877 overleed Moeder Aloysia Kostermans, zij werd opgevolgd door zuster Augustine De Deken en zuster Scholastica werd de nieuwe overste in Betekom.

Tot de eeuwwisseling

Door de groei van de school had men reeds het huis moeten aanpassen en nog was er te weinig plaats. De slaapzaal van de zusters diende reeds als slaapplaats voor de leerlingen. Gesteund door Moeder Augustine  in Leuven, bouwde Moeder Scholastica langs de kant van de steenweg een refter, twee klaslokalen en een slaapzaal voor inwonende leerlingen. De voormalige slaapzaal en logeerkamer werden omgevormd tot kapel.

In 1890 overleed Moeder Scholastica en werd zij opgevolgd door zuster Agnes Libert.

 

In 1894 werd een kapel gebouwd op een stuk grond, gelegen naast de hof van de zusters, en gekocht van Jacobus Verstreken-Smits.

Door de financiële tussenkomst van zuster Madeleine Mertens kon het klooster uitgebouwd worden en de capaciteit voor inwonende leerlingen verdubbeld worden.

In het pensionaat van Betekom waren kinderen van kleuter- en lagere school en ook meisjes die middelbaar onderwijs volgden. De school die aan het pensionaat verbonden was, werd niet gesubsidieerd. De zusters zetten zich dag en nacht in voor de kinderen en de jonge meisjes, zowel de zusters van de keuken, de was, de strijk, de schoonmaak, als zij die zorgden voor de verzorging, de ontspanning en het lesgeven aan de pensionaires.

In 1899 werden een nieuwe bewaarschool en een huishoudschool voor de internen gebouwd.
Het kleuterklasje telde 85 kleuters.

In 1902 werd zuster Agnes Libert vervangen door zuster Hyacinte Coeck.

Tot de eerste wereldoorlog

In 1906 kwam een Engelse juffrouw, Miss Ada Turnbull, voor haar gezondheid als "vrije pensionaire" naar Betekom.

De gezonde lucht van Betekom bekwam haar goed en zij onderwees de zusters in de Engelse taal en na de paasvakantie ook de internen. Na een vakantie in Londen bracht zij een nieuwe interne mee: miss Norma Spencer.

Nog later bracht zij miss Meta Rix als leerlinge mee van Londen. Zij werd hier gedoopt op 11 november 1913.

 

In datzelfde jaar 1906 werd op de speelplaats van de internen en met glas overdekte gaanderij gebouwd. De heer Van Brussel aannemer en schilder, schilderde de kapel als communiegeschenk voor zijn twee dochters, die internen waren.

In 1910 - 1911 werd een mooi, stevig gebouw opgetrokken waarvan 3 klassen voor de buitenschool en 1 klas op de eerste verdieping voor de internen.

In 1913 kocht men nog een stuk grond bij om de hof te vergroten. Een gedeelte van de vroegere hof werd veranderd in een Engelse hof. Deze werd gescheiden van de groentetuin door een prachtige holle baan, langs weerskanten beplant met perenbomen.

De scheidingsmuur tussen speelplaats en hof werd afgebroken en vervangen door een ijzeren hekken zodat men een mooi uitzicht kreeg op de Engelse hof.

Tijdens de eerste wereldoorlog

Op 4 augustus 1914 werden alle internen naar huis gestuurd vanwege de oorlogsverklaring van de Duitsers.

De school werd ten dienste van het Rode Kruis gesteld. Dokter Vandenbosch, de Betekomse dokter en burgemeester gaf de zusters enkele lessen in verpleging.

Op 18 augustus werd een Duits soldaat, gekwetst bij de Demerbrug, naar de school gebracht en door de zusters verzorgd maar hij stierf een kwartier later.

Op 19 augustus passeerden 40.000 Duitse soldaten in Betekom. Zesenveertig soldaten werden gekwetst.

Op 31 augustus, tegen de avond, kwamen twee Belgische soldaten de wapens van de gekwetste Duitsers halen en de dag daarna stonden drie zwartgemaakte cyclisten voor de deur die alle Duitsers gevangen namen. Enkele zwaar gekwetste Duitsers bleven achter. 's Anderendaags kwamen negen "Uhlanen" (Duitse ruiterpatrouille, vaak als voorhoede gebruikt). Zij zouden binnen twee dagen terugkomen en het klooster en het dorp in brand steken. Gelukkig bleef het bij die dreiging.

Op zaterdag 12 september moesten de zusters vluchten met een auto van het Rode Kruis. Zij gingen naar Heist-Goor, Lier en Antwerpen. Op 9 oktober gingen ze per schip naar Rotterdam waar zij drie weken bleven.

zuster Rosa Léonard (één van de eerste internen die kloosterlinge werd) verwittigde wanneer het gevaar geweken was. Op 31 oktober waren de zusters terug in Betekom maar de Duitsers hadden de school bezet zodat de zusters lesgaven in de gemeenteschool.

In 1916 werd de huishoudklas veranderd in een klas voor de dorpsschool, het werd de klas van zuster Grégoire.

In 1918 was de oorlog voorbij en werd Moeder Hyacinte Coeck vervangen door zuster Antonia Sterckx.

Tussen de twee oorlogen

De school was intussen een degelijk Franstalig pensionaat geworden, zoals bijna alle internaten in die tijd. In 1918 waren op twee juffrouwen na, alle leerkrachten zusters. Er werd in die naoorlogse jaren almaar uitgebreid en bijgebouwd.
In de jaren twintig richtten de zusters zondagsschool in na het lof.

In 1928 werden twee slaapzalen gebouwd, boven de reeds bestaande.

De speelplaats van de dorpsschool werd droog gemaakt en met lindebomen beplant.

Er werd in die tijd bijgekocht, veranderd en gebouwd. Langs de kant van de huidige Pastoor Pitetlaan lag tot 1934 voor het instituut een grote rioolgracht van meer dan drie meter breed met daarnaast een weg waarlangs de kinderen naar school moesten. Ten noorden van de school stond een oude, lemen hoeve die door de zusters werd aangekocht om de school te vergroten.

In september 1935 werd een volledig nieuw gebouw ingewijd met vier ruime gecementeerde kelders met daarin de eerste pomp, centrale verwarming en kolenhok. Op het gelijkvloers had men een grote hal, feestzaal en drie klaslokalen. Op de eerste verdieping bevonden zich een ruime studeerzaal, een bibliotheek, vier pianokamers en drie klaslokalen.

 

In datzelfde jaar werden van De Messemaeker nog 12 aren grond gekocht, gelegen langs de tram.

In 1937 werd het oude klooster afgebroken en vervangen door de huidige bouw.

 

 

In 1938 werd een stuk grond gekocht van de heer Van Vlasselaer en het jaar daarop werd nog een stuk grond bijgekocht van de buurtspoorwegen om de speelplaats van de lagere school te vergroten. Men bouwde eveneens twee klaslokalen voor de lagere school, een kolenhok, een overdekte speelplaats en een nieuwe muur. (Deze staat nog steeds langs de straat aan de Pastoor Pitetlaan.)

De tweede wereldoorlog

In september 1939 was het algemene mobilisatie. Gedurende 9 maanden werden enkele klaslokalen van de lagere school door het Belgisch leger opgeëist zodat in de omliggende dorpswoningen klaslokalen moesten ingericht worden.

Op 10 mei 1940 werden de internen door de zusters naar huis gebracht.

Vijftien leerlingen bleven in het instituut omdat hun ouders reeds gevlucht waren voor het oorlogsgeweld.

Op 12 juni 1940 werd Aarschot gebombardeerd. De aalmoezenier van het Belgisch leger, E.H. Vermeulen, raadde de zusters aan te vluchten.

Vijftien leerlingen en vijftien zusters gingen langs de Demer naar de Heikant. Ze bleven er drie dagen en kwamen dan van grote schrik terug naar huis. Gelukkig geraakten de vijftien internen ook thuis: zij werden door hun ouders opgehaald.

Naarmate de oorlog vorderde kwam de gevluchte bevolking terug. Ook de internen kwamen terug en het schoolleven werd verder gezet.

Het klooster bood aan verschillende mensen asiel.

Op 9 en 11 mei 1944 werd Aarschot gebombardeerd door de Geallieerden. Daardoor kwamen weer veel vluchtelingen naar Betekom.

Rond kerstmis 1944 namen de Engelsen hun intrek in het internaat. Zij bleven er vier maanden en ze gebruikten alle klaslokalen zodat de lessen in de kelders moesten doorgaan. Het was een strenge winter, het vroor hard en er viel veel sneeuw. Maar... op 8 mei 1945 kwam de bevrijding.

Verder in de 20ste eeuw

Vanaf september 1948 werden er voor het eerst externen in het secundair onderwijs toegelaten. De school was Franstalig.

In 1954 stelde inspecteur Van der Ghinsten voor om over te schakelen op Nederlandstalig onderwijs. zuster Antonia Sterckx, de directrice, dacht er anders over en alles bleef zoals voorheen: Franstalig en privé.

Het internaat heeft altijd opengestaan én voor kinderen van de onmiddellijke omgeving met zijn kleuter- en lagere school, én voor leerlingen die voortgezet lager onderwijs wilden volgen. In het begin waren het vooral dochters uit gegoede middens. Ze kwamen voor een fijne opvoeding naar de "Ecole Moyenne de Betecom". Later werden alle kinderen toegelaten.

In het internaat werkten vooral de zusters Wilhelmine en Alfonsine Dewit, Alberta Declercq, Beda Creemers, Wivina Broekx, Roberta Meus, Callixta Creemers en Jacoba Vanbuel.

Later kwamen er nog bij: zusters Raymonda Deryck, Matthea Tholen, Malvina Schraepen, Basilia Van Hoef en Elza Winters.

In de Technische en Beroepsafdeling waren vooral de zuster Gudula Wellens, Guido Declercq, Sabina Plessers en Lucia Schaeken actief.

Maar ook de zusters van de keuken en het huishoudelijk werk stonden jarenlang in dienst van het internaat. Vooral zuster Jozef, die voor de baden instond en zuster Theodora als goede hulp voor de zieken, zijn niet weg te denken uit het internaat. Later was het vooral zuster Berthillia die zorgde voor toezicht op de speelplaats, in de refter en in de studiezaal. zuster Noëlla en zuster Stefana zorgden vooral voor de refter en de vaat.

De lagere school

Op 15 januari 1962 werd zuster Remigia Plessers van Linde-Peer naar Betekom geplaatst om er zuster Grégoire Sinée, onderwijzeres in het zesde leerjaar en schoolhoofd, te vervangen. In 1963 fusioneerde de lagere school van het pensionaat met de dorpsschool.

Zuster Amanda Coninx, onderwijzeres in het tweede leerjaar, werd schoolhoofd en was tevens overste van de kloostergemeenschap die in die tijd 40 zusters telde.

In november 1965 brak zuster Amanda haar knie en ze moest vervangen worden. Zuster Celestine Schepens werd waarnemend schoolhoofd van 1 december 1965 tot 30 juni 1966.

In 1966 nam zuster Amanda ontslag. Zuster Roberta nam haar plaats in als directrice van de gefusioneerde school die toen 14 klassen telde. Samen met zuster Jacoba, zuster Stanislas, zuster Paula, zuster Miet en lekenleerkrachten wist zij de lagere school een nieuw gelaat te geven. Vanaf 1966 kwam er in de lagere school een totale vernieuwing. De aanpak werd anders maar ook de omgeving kreeg een nieuw gelaat.

De lagere school kreeg nieuwe ramen, vernieuwd sanitair, nieuw meubilair waar dit nodig was, nieuwe gordijnen en de vloer werd in sommige lokalen vernieuwd. Het leerkrachtenlokaal kreeg een afwasbak met verwarmingsketeltje. En er kwam zelfs een apart bureeltje voor de directie.

In 1971 werd de zolder van de lagere school herschapen in 3 lokalen: 2 klaslokalen en 1 TV-lokaal, dat ondertussen ook een klas geworden is.

In mei 1977 begon men aan de nieuwbouw van garages, een living, een washuis en een zitplaats voor de zusters. Aansluitend werd er ook een opvanglokaal voor de kinderen van de lagere school gebouwd. Dit diende eveneens als zomerklas.

In september 1980 werd Jeanne De Wijngaert directrice van de lagere school.

In september 1984 werd in het voorste hofgedeelte een nieuwe bouw opgericht. Dit werd de nieuwe eetzaal voor de lagere school samen met nieuw sanitair.

In september 1985 werd deze bouw al in gebruik genomen en werd er een fietsenparkeerplaats aangelegd.

In 1992 werd Jeanne De Wijngaert opgevolgd als directrice door zuster Lieve Wouters.

Onder haar directie werden er heel wat vernieuwingen doorgevoerd.

Zo werden heel wat zaken op het secretariaat vanaf nu op computer gedaan. Ook het onderwijs kreeg een ander gelaat: nieuwe godsdienstleerplannen, vernieuwingen voor taal en voor W.O., moderne wiskunde, zwemlessen, een toffe oudervereniging... kortom, een school waar het kind centraal staat.

Het algemeen vormend middelbaar onderwijs

In 1956 vroeg zuster Wilhelmine toelating aan het Ministerie om in Betekom met een Algemeen Vormend Middelbaar Onderwijs te starten. Zij kreeg hiervoor toelating. In 1957 gaf ook het bisdom toestemming om de bestaande vrije middelbare school uit te bouwen tot een humaniora.

Op 1 september 1957 startte het Algemeen Middelbaar Onderwijs officieel, erkend door de staat. Van dan af werden de lonen van de leerkrachten ook door de staat betaald. Tot dan werd het onderwijs uitsluitend in het Frans gegeven, maar vanaf 1957 werd de school aangenomen door de Staat die vanaf toen de leerkrachten bezoldigde. Het Nederlands werd de taal die vanaf dan gebruikt werd.

Zuster Wilhelmine werd directrice, zuster Gerardine Swinnen, zuster Alfonsine Dewit, zuster Alberta De Clerck gaven les en later kwam daar nog zuster Raymonda De Rijck bij.

Toen zuster Wilhelmine werd gekozen tot algemeen overste werd ze in Betekom als directrice vervangen door Zuster Gerardine. Zuster Matthea Tholen kwam toen van Peer naar Betekom om haar als leerkracht te vervangen.
Zuster Remigia en Zuster Basilia bemanden het secretariaat.

In 1961 kwam Zuster Malvina naar Betekom als leerkracht moderne talen.

In datzelfde jaar werd er een economische afdeling opgericht als bovenbouw voor de humaniora.

In 1962 moesten de gebouwen dringend worden vergroot.

 

In 1963 was de bouw reeds voltooid: een grote refter voor de externen en een wasplaats. Op het gelijkvloers werden een klaslokaal en een lokaal voor natuurkunde voorzien en op de eerste verdieping  ook een klaslokaal en een lokaal voor aardrijkskunde. Op de derde verdieping werden 30 individuele kamertjes en 2 baden voorzien.

 

In 1967 werd de Wetenschappelijke B opgericht. Dat jaar kwam Zuster Elza Winters in de lagere cyclus les geven in wiskunde en wetenschappen.

Al deze zusters deden naast hun beroep als lesgeefster ook dienst in het internaat.

Op 1 januari 1974 volgde Zuster Matthea Zuster Alberta op als directie van de Moderne Humaniora. De school die honderd jaar geleden startte met een 100-tal leerlingen, was toen uitgegroeid tot een school met 875 leerlingen.

 

In het schooljaar 1981 - 1982 werd de kleine eetzaal (roze zaal) van de internen verbouwd tot secretariaat van de Humaniora en spreekplaats en bureel voor de directie. De slaapzaal van de internen van de lagere school werd afgebroken en verbouwd tot bibliotheek, lees- en vergaderzaal voor de Moderne Humaniora.
De slaapzaal van de 2de verdieping in het klooster werd in juni 1983 verbouwd tot drie klaslokalen.

Vanaf september 1982 startte het Sint-Jozefsinstituut van Betekom samen met het Sint-Jozefscollege uit Aarschot een scholengemeenschap.
In dat jaar werd ook gestart met het Vernieuwd Secundair onderwijs voor jongens en voor meisjes vanaf 12 jaar.

Op het einde van 1982 werd beslist om het internaat af te schaffen. Het geringe aantal internen (11) woog niet meer op tegen de grote inzet die er van de zusters gevraagd werd en de financiële inspanningen. Internaten werden toen nog niet gesubsidieerd.
Eind juni 1983 werd het internaat definitief gesloten. De slaapzalen werden omgevormd tot klaslokalen en grotere zalen.

De beroepsafdeling
In 1957 werd een nieuwe naaischool opgericht. Deze werd in 1959 officieel als beroepsschool erkend. Ze startte toen met vijftig leerlingen onder directie van zuster Guido (Maria Declercq).
Een gedeelte van de "bollebaan" werd afgebroken om aan de bouw van een beroepsschool te beginnen. In het begin werd er les gegeven in al de lokalen die maar ergens konden vrijgemaakt worden.

Later werd zuster Guido opgevolgd door Zuster Gudula Wellens. Op het secretariaat waren Zuster Sabina Plessers en Zuster Lucia Schaeken actief.
In september 1961 was de nieuwe bouw klaar en konden de aangepaste klaslokalen worden ingenomen.
In deze nieuwbouw werden 47 individuele kamers en badkamer voorzien voor de internen van de beroepsafdeling en later ook voor die van de technische afdeling. De zusters die in deze afdelingen les gaven, zorgden ook voor de internen.

Op 24 november 1983 verwoestte een hevige brand de kamers van de internen van deze afdeling volledig. Zij werden later niet meer heropgebouwd.

 

De technische afdeling
In 1965 werd er gestart met een technische afdeling. Hiervoor werden meteen ook nieuwe lokalen gebouwd. Datzelfde jaar kwam Zuster Sabina Plessers vanuit Linden naar Betekom. Zij werd tewerkgesteld in de beroeps- en technische afdeling, eerst als lerares, daarna als studiemeesteres bij de internen.
Later werd ze studiemeesteres-opvoedster op het secretariaat waar ze samen met juffrouw Rens fungeerde.

 

In 1968 werden een lokaal voor natuur- en scheikunde en een groter bureel voor de directie gebouwd.
In 1979 begint men met het bouwen van een nieuwe sportzaal, sanitaire installaties, een lift en een opvangruimte voor de leerlingen van de technische afdeling.

 

Deze afdeling groeide uit tot een volwaardig onderwijs met een stijgend aantal leerlingen.
Wegens plaatsgebrek voorzag men in de tuin nog vier geprefabriceerde klaslokalen.

De recentste geschiedenis

Op 1 september 1984 fusioneerde de Moderne Humaniora met de technische- en de beroepsafdeling.
De Middenschool splitste zich af van de Bovenbouw. Zo ontstonden er twee nieuwe afdelingen: de Bovenbouw met als directie Zuster Matthea Tholen en de Middenschool met als directie Jeanne Van de Wijngaert.

Op 1 april 1988 werd Zuster Matthea als directie opgevolgd door de heer Alfons Heremans.

Zuster Malvina bleef op het secretariaat van de Bovenbouw dienst doen tot ze in oktober 1996 met pensioen ging. In 2001 werd de heer Heremans opgevolgd door mevrouw Katelijn (Leen) Van Lommel.

In de Middenschool werd mevrouw Van de Wijngaert opgevolgd door de heer Herman Van Bosstraeten. Hij werd op zijn beurt opgevolgd door de heer Bart De Roeck in september 2005. Zuster Elza bleef les geven in de Middenschool tot september 2002. Zij was de laatste zuster in het onderwijs in Betekom.

 

 

In september 1998 ging zuster Lieve in de basisschool met pensioen en zij werd opgevolgd door meester Julien Van der Auwera.

Tot dan was alleen de kleuterschool gemengd. Het was de gewoonte dat de meisjes in de lagere school in de meisjesschool bleven en dat de jongens naar de jongensschool (gemeenteschool) gingen. Maar vanaf 1 september 1998 werden beide scholen gemengde scholen.

 

De onderwijsvernieuwingen stapelden zich op. Er werd vooral meer nadruk gelegd op differentiatie en alternatieve werkvormen.

De participatieraad werd opgericht, die later vervangen werd door de schoolraad. In dit inspraakorgaan zetelen zowel leden van het schoolbestuur als van de het personeel, de ouders en vertegenwoordigers van de lokale gemeenschap.

Vanaf 1 september 1999 behoren de Middenschool en de Bovenbouw tot de scholengemeenschap Katholiek Secundair Onderwijs Aarschot-Betekom.

De andere scholen die tot deze scholengemeenschap behoren zijn: Damiaaninstituut, Aarschot,  Instituut Sancta Maria , Aarschot en het Sint-Jozefscollege, Aarschot. Samen hebben deze 4 scholen ongeveer 4500 leerlingen.

Vanaf 2001 werden alle gebouwen door de congregatie in erfpacht gegeven aan de scholen.

 

Op 1 september 2003 treedt de basisschool toe tot de scholengemeenschap SGKBO Aarschot - Betekom - Houwaart voor een proefperiode van 2 schooljaren samen met de scholen van Houwaart, Gelrode, Ourodenberg, Bekaf en Sancta Maria.

Vanaf schooljaar 2005 - 2006 maakt onze school officieel voor zes jaar deel uit van bovenvermelde scholengemeenschap, beter gekend onder de naam: De Parel (van het Hageland).

Julien Van der Auwera wordt halftijds coördinerend directeur van de scholengemeenschap en wordt sinds 1 september 2005 halftijds in de school als directeur vervangen door Hilde Uytterhoeven.

 

Vanaf schooljaar 2011-2012 worden er nieuwe scholengemeenschappen opgericht.

De Middenschool en de Bovenbouw blijven tot de scholengemeenschap Katholiek Secundair Onderwijs Aarschot-Betekom behoren. En de basisschool blijft in scholengemeenschap De Parel (van het Hageland)

Vanaf 1 september 2011 is Julien Van der Auwera halftijds coördinerend directeur van de scholengemeenschap en gaat Hilde Uytterhoeven haar job van zorgcoördinator halftijds opnemen, waardoor het ambt van directeur in 't SJIBke vrijkomt. Vanaf 1 september 2011 is Conny Van Waelderen directeur van 't SJIBke.

 

In september 2013 wordt de heer Bart De Roeck "headmaster of the International School of Leuven" en wordt hij als directeur van de Middenschool opgevolgd door de heer Jan Croes.

Vanaf februari 2014 nemen onze scholen (SJIB en SJIBke) deel aan de gesprekken over de Bestuurlijke Optimalisering en Schaalvergroting (BOS) in de regio Aarschot. Op 6 oktober 2016 ondertekenden tien schoolbesturen (Damiaaninstituut vzw, Instituut Sancta Maria vzw, vzw Katholiek Onderwijs Begijnendijk-Betekom, vzw Katholiek Onderwijs Tremelo-Baal, Schoolcomité Sint Denijs Houwaart vzw, Sint-Jozefscollege Aarschot vzw, Sint-Jozefsinstituut Betekom vzw, Vrije Basisschool Ourodenberg vzw, Vrije Basisschool Pastoor Dergent vzw en Vrije Basisschool Ramsel vzw) een engagementsovereenkomst om tot de oprichting van één schoolbestuur met bijzondere kenmerken te komen.

 

 

 

Bronnen:

 

Engelen Cor - Marx Mieke "150 jaar zusters van Maria Leuven"

Uitg. zusters van Maria, Leuven 1994

 

zuster Adrienne "200 jaar Onderwijs zusters van Maria"

Gedeelte Betekom

Uitg. zusters van Maria, Leuven 2002

 

Vermeulen-Vandenbussche Trees "Betekom op de schoolbanken"

Uitg. Gemeentelijk Archief en documentatiecentrum Betekom-Begijnendijk 1996